• Implementatie

    Een goede implementatie en borging is een must om huiselijk geweld te kunnen signaleren en effectief aan te pakken. De informatie kunt u op twee manieren gebruiken, afhankelijk van de fase van het implementatieproces binnen uw organisatie. Wanneer u start met de implementatie, gebruikt u deze informatie als basis voor de implementatie.
    Wanneer u al een implementatieplan heeft geschreven en de implementatie is gestart kunt u deze informatie gebruiken als checklist. U heeft dan een indicatie wat de stand van zaken is van het implementatieproces en dan biedt informatie handvatten voor doorimplementatie en borging.

    Fase 1. Voorbereiding

    Besluit invoering meldcode:

    • Het bestuur/eindverantwoordelijke heeft het besluit genomen om de meldcode te gaan invoeren.
    • Er is duidelijkheid over de betrokkenheid van het bestuur/de eindverantwoordelijke.
    • Er is eventueel een kort voorstel ontwikkeld op hoofdlijnen om voor te leggen ter besluitvorming.

    Opzetten van een implementatiestructuur:

    • Er zijn één of meer aandachtsfunctionarissen benoemd.
    • Er is een projectgroep aangesteld.
    • De bevoegdheden zijn vastgelegd.
    • De wijze van rapporteren over de voortgang is vastgelegd.
    • De wijze van verantwoording is vastgelegd.
    • Er is budget gereserveerd.
    • De benodigde uren zijn vrijgemaakt.
    • Er is een implementatieplan ontwikkeld. 

     

    Fase 2. Implementatie

    Procedures en borging in werkprocessen:

    • Er is een meldcode aanwezig. 
    • De meldcode is aangepast op het basismodel meldcode (www.meldcode.nl), de meldcode van de beroepsgroep en toegespitst op de organisatie. 
    • De rollen en verantwoordelijkheden van de verschillende (groepen) medewerkers zijn beschreven (welke medewerkers zetten welke stappen). 
    • Er is beschreven wie in de organisatie eindverantwoordelijk is/zijn voor het besluit om al dan niet te melden. 
    • Indien werkzaam zijn de rollen en verantwoordelijkheden van de vrijwilligers beschreven. 
    • De meldcode is ingebed in de werkprocessen. 
    • De meldcode is ingebed in het kwaliteitsbeleid. 
    • Alle medewerkers weten de meldcode te vinden en kennen de inhoud en het doel. 
    • Voor de werkwijze van stap 1 zijn actuele signalenlijsten beschikbaar. 
    • Voor de werkwijze in stap 4 is vastgelegd op welke wijze het wegen van het geweld of de kindermishandeling plaatsvindt. De inschatting kan worden gemaakt door een deskundige (geschoolde) medewerker d.m.v. een risicotaxatie instrument of in een (telefonisch) contact met Veilig Thuis. 
    • Indien met volwassen cliënten wordt gewerkt, wordt vastgelegd op welke wijze de kindcheck wordt gebruikt. 
    • De meldcode wordt regelmatig geëvalueerd en bijgesteld.

    Deskundigheidsbevordering:

    • Op basis van de rollen en verantwoordelijkheden wordt vastgesteld welke competenties (groepen) medewerkers nodig hebben om de meldcode effectief te hanteren. 
    • Scholing op basis van deze competities wordt uitgevoerd en opgenomen in het meerjaren scholingsbeleid. 
    • Naast het opleiden van medewerkers wordt ook het bijhouden van kennis uitgevoerd en opgenomen in het meerjarenscholingbeleid. 
    • Nieuwe medewerkers worden geschoold op basis van de benodigde competenties. 

    Gegevensuitwisseling en dossiervorming:

    • Er zijn afspraken gemaakt over gegevensuitwisseling met betrokkenen en samenwerkingspartners binnen het kader van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en indien van toepassing de Wet inzake de geneeskundige behandelingsovereenkomst en de Wet BIG (waarin het medisch beroepsgeheim is vastgelegd), de beroeps- en gedragscodes van de verschillende beroepsgroepen en de privacyreglementen van de organisatie. 
    • Er zijn afspraken gemaakt over gegevensuitwisseling, regie voeren en afstemmen binnen netwerken. 
    • Medewerkers kennen het meldrecht wat geregeld is in de Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015, artikel 5.2.6. Het meldrecht maakt een inbreuk op het beroepsgeheim voor professionals mogelijk. 
    • Medewerkers weten hoe zij op respectvolle wijze aan de betrokkene meedelen dat een melding wordt gedaan, om een reactie te vragen aan betrokkene en om te kijken of aan eventuele bezwaren tegemoet kan worden gekomen. 
    • Er is een dossiersysteem beschikbaar. 
    • In het dossier worden alle stappen beschreven, de signalen (bevestigend en ontkrachtend), bronnen, contacten (wie, wat, wanneer), afwegingen en besluiten. 
    • Er zijn richtlijnen vastgelegd met betrekking tot de dossiervorming. 

    Veiligheid eigen personeel:

    • Medewerkers ervaren voldoende ondersteuning om de meldcode te hanteren door een goede implementatie van de meldcode en een veilig werkklimaat. 
    • Medewerkers ervaren voldoende ruimte en steun om onveilige situaties aan te kaarten, zodat de organisatie hierop kan reageren. 
    • De professional handelt volgens de meldcode en niet vanuit een individuele keuze. De werkinstructies zijn hierop aangepast. 
    • Er is een aandachtsfunctionaris aanwezig voor medewerkers die de meldcode hanteren en hiervoor ondersteuning wensen. 
    • Er is een vertrouwenspersoon aanwezig wanneer medewerkers ervaringsdeskundige zijn en hier ondersteuning voor wensen. De vertrouwenspersoon doet eerste opvang en kan verder ondersteuning adviseren. 
    • De organisatie heeft maatregelen genomen voor een veilig werkklimaat. 
    • Er zijn maatregelen en procedures genomen om de fysieke veiligheid van werknemers te borgen bij (vermoedens van) huiselijk geweld. 

    Samenwerking:

    • Samenwerkingspartners zijn in kaart gebracht. 
    • In ieder geval zijn Veilig Thuis, het wijkteam/sociaal team, centrum voor jeugd en gezin, politie en het Veiligheidshuis in kaart gebracht. 
    • Er is extra expertise beschikbaar (intern of extern) op gebied van seksueel geweld, meisjesbesnijdenis en eergerelateerd geweld. 
    • Met samenwerkingspartners zijn afspraken over samenwerken gemaakt. 
    • Medewerkers weten dat zij bij elke stap van de meldcode advies kunnen inwinnen bij Veilig Thuis.
    • De organisatie is aangesloten of heeft overwogen zich aan te sluiten op de Verwijsindex Risicojongeren. 
    • De samenwerking wordt geëvalueerd aan de hand van afgesloten casussen.
     

    Communicatie:

    • Medewerkers zijn geïnformeerd over het belang en het gebruik van de meldcode.
    • Er is een communicatieplan met voorlichtingsactiviteiten zoals informatie geven tijdens team overleggen, een interne nieuwsbrief, presentaties, het installeren van de app meldcode op smartphones en pr-materiaal. 
    • Betrokkenen zijn geïnformeerd over de meldcode. 
    • In het pr-materiaal voor betrokkenen zoals de website en folders staat vermeld dat de organisatie werkt volgens de meldcode.

     

    Fase 3. Uitvoering 

    Borging van het gebruik van de meldcode:

    • De meldcode is ingepast in het kwaliteitsbeleid van de organisatie. 
    • De meldcode is opgenomen in het inwerkprogramma. 
    • De meldcode is opgenomen in teamvergaderingen. 
    • Er zijn intervisiebijeenkomsten georganiseerd. 
    • Het gebruik van de meldcode wordt regelmatig geëvalueerd. 

    Monitoring en evaluatie:

    • Er is een structurele registratie van casuïstiek, adviesvragen en meldingen.
    • De registratie wordt jaarlijks besproken en geëvalueerd. 
    • Het gebruik van de meldcode wordt aan de hand van de registratie en monitoring bijgesteld.