• Afwegingskader

    Doel

    Het doel van een afwegingskader is om de kwaliteit te verhogen van beslissingen die genomen worden door professionals die (vermoedens van) huiselijk geweld en/of kindermishandeling signaleren. De verwachting is dat het gebruik van een afwegingskader leidt tot betere herkenning en ondersteuning van slachtoffers van huiselijk geweld en/of kindermishandeling. Dit met name wanneer het langdurig onveilige (gezins)situaties en/of (acuut) onveilige situaties met mogelijk ernstige gevolgen betreft.

    Wanneer deze situaties beter herkend en gemeld worden, verbetert de informatiepositie van Veilig Thuis en is Veilig Thuis daardoor beter in staat structurele patronen van geweld te herkennen en te doorbreken. De vijf afwegingsvragen worden tijdens het doorlopen van de meldcode beantwoord waardoor aard en ernst van de onveiligheid en het geweld wordt gewogen en er wordt gemonitord of er hulp kan worden ingezet, of de betrokkenen de hulp accepteren en of de hulp tot veiligheid leidt.

    Vijf afwegingsvragen

    De afwegingsvragen worden in onderstaande volgorde doorlopen:
    Afweging 1. Heb ik een vermoeden van / is er sprake van huiselijk geweld?
    Afweging 2. Heb ik een vermoeden van / is er sprake van acute en/of structurele onveiligheid?
    Afweging 3. Ben ik in staat effectieve hulp te bieden of organiseren?
    Afweging 4. Werken betrokkenen mee aan de geboden of georganiseerde hulp?
    Afweging 5. Leidt deze hulp tot duurzame veiligheid?

    Professionele meldnormen

    Een professional meldt bij Veilig Thuis wanneer de situatie onder één van deze drie professionele meldnormen valt:
    Meldnorm 1. Meld acute en/of structurele onveiligheid en disclosure (onthulling) altijd bij Veilig Thuis.
    Meldnorm 2. Meld bij Veilig Thuis als je zelf geen hulp kunt bieden of organiseren.
    Meldnorm 3. Meld bij Veilig Thuis als het ondanks hulp tot onveilig blijft.

    Voorwaarden voor goede hulp

    Professionals beslissen in stap 5 of hulpverlening bieden of organiseren (ook) nodig is. Als zij daarvoor hebben besloten een melding te doen, wegen zij deze vraag af samen met Veilig Thuis. Anders doen zij dat zelfstandig.

    De vereisten voor goede hulp zijn:

    • Er is voldoende zicht op (on)veiligheid in het heden;
    • Er is voldoende zicht op onveilige gebeurtenissen in het verleden (waaronder eerdere meldingen);
    • Alle betrokken professionals hebben de focus op het stoppen van geweld en een (duurzaam) herstel van de veiligheid;
    • Hulp is gericht op het versterken van de veerkracht en het herstel van de schade die is veroorzaakt door (de dreiging van) huiselijk geweld en/of kindermishandeling bij de betrokkene(n);
    • Er is sprake van een gezamenlijke analyse en plan met doelen en evaluatiemomenten van de professionals. Dit plan is op maat gemaakt met alle betrokkenen binnen het gezin of huishouden;
    • Indien meerdere professionals betrokken zijn, zijn er afspraken over samenwerking en casusregie op de veiligheid (en multidisciplinaire) hulpverlening.